Verschil symbool hoeklas, hol en hoeklas met gladverlopende naadovergang.

Auteur Topic: Verschil symbool hoeklas, hol en hoeklas met gladverlopende naadovergang.  (gelezen 2806 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline Hans

  • Forum lid
  • *
  • Berichten: 10
Hallo allen,

het is mij niet duidelijk wat het verschil is tussen bovenvermelde lassymbolen volgens ISO 2553/ EN 22553.
De afbeelding is in beide gevallen hetzelfde.

Momenteel zetten we extra tekst op lastekeningen met holle hoeklassen om aan te geven dat de overgangen vloeiend geslepen moeten worden. Maar ik denk dat ik hiervoor ook het "symbool  hoeklas met gladverlopende naadovergang" gebruikt zou kunnen worden.

Mag de "hoeklas, hol" , niet gladde naadovergangen hebben?
Mag de "hoeklas met gladverlopende naadovergang" een niet vloeiende las vorm hebben in het midden van de las?

Hoe glad moet het lasoppervlak eigenlijk zijn bij het gebruik van deze symbolen; moet de las, met name met veel laslagen, altijd geslepen worden om een mooie vloeiende vorm te verkrijgen?

Ik hoop dat iemand het weet,
vriendelijke groeten en bij voorbaat dank ,
Hans.



Welkom gast! De reacties in topics zijn verborgen voor gasten. Je mist op dit moment 2 reacties. Registreer jezelf of login om de reacties te bekijken.